zondag 20 maart 2016

Rijstevlaai met kersen

Rijstevlaai met kersen
Tegenwoordig weten denk ik nog maar weinig mensen waarom Pasen gevierd wordt en welke tradities ons land op dit gebied kent. En ik zal eerlijk zijn, ook ik en mijn familie vieren Pasen alleen omdat het een leuk, gezellig en vooral lekker feest is. Onze paastradities hebben dan ook enkel met eten te maken: paaseieren zoeken, chocolade paashazen oppeuzelen en genieten van een uitgebreide paasbrunch. We zijn nog nooit bij een paasvuur aanwezig geweest en hebben op tweede paasdag nog nooit een woonboulevard bezocht. 

Maar misschien wordt het dit jaar eens tijd om een nieuw 'element' aan het feest toe te voegen, er is namelijk een oude traditie die naadloos in onze paasviering zou passen: het eten van rijstevlaai. Vroeger werd een maagdelijk witte rijstevlaai namelijk louter met Pasen gegeten. 

Gelukkig nuttigen we deze vlaai vandaag de dag wanneer en hoe we willen, want hij is té lekker om er maar één keer per jaar in te mogen happen en maagdelijk wit hoeft hij van mij niet te zijn: met de verrukkelijke toevoeging van veel slagroom en chocoladeschilfers is hij onweerstaanbaar lekker. Speciaal voor Pasen heb ik een meer luxe variant gemaakt, naast de slagroom en chocolade prijken er nu ook kersen op de vlaai. Hij komt nu misschien niet meer overeen met de traditionele paasvlaai, maar Pasen is geen sober feest en dus mag hij van mij best overdadig versierd worden. 

Tip: wie van zacht & smeuïg houdt kan wat minder dessertrijst gebruiken. Ik heb de vlaai eerder met 100 g rijst gemaakt, de rijst moet dan wel langer koken om in te dikken maar daardoor wordt de korrel wel zachter ~ je kunt in plaats van vanille ook twee kaneelstokjes met de rijst meekoken (voeg de stokjes al toe wanneer de je melk aan de kook brengt) ~ voor deze vlaai heb ik een lage vorm van 28 centimeter doorsnee met een geribbelde zijkant en een uitneembare bodem gebruikt. 


Ingrediënten
  • 2  vanillestokjes
  • 1 liter volle melk + 1 dl
  • 140 g dessertrijst
  • 130 g fijne kristalsuiker + 4 el
  • 3 eieren
  • 200 g bloem
  • snufje zout
  • 7 g gedroogde gist
  • 2 el olijfolie
  • 15 g boter
  • 1 eierdooier
  • 1 pot kersen zonder pit op siroop (700 g nettogewicht, 350 g uitlekgewicht)
  • 1 pakje vanillepuddingpoeder
  • 100 g kersenjam, losgeroerd
  • 250 ml slagroom
  • 50 g pure chocolade
Extra nodig
Vlaaivorm/lage ronde bakvorm van 28 centimeter doorsnee met losse bodem, huishoudfolie, mixer met deeghaken, spuitzak, gekarteld spuitmondje
Tijd (ongeveer)
90 minuten bereiding, 25 minuten oven, 4 uur wachten


  • Snijd de vanillestokjes in de lengte open en schraap het merg uit 1 ½ stokje. 
  • Breng de melk samen met het merg van 1 ½ vanillestokje en de 3 halve leeggeschraapte vanillestokjes aan de kook. 
  • Strooi de dessertrijst samen met 100 g fijne kristalsuiker in de kokende melk en laat de melk al roerend weer aan de kook komen. 
  • Draai het vuur klein, leg de deksel op de pan en laat de rijst, onder af en toe roeren, garen. 
  • De rijst is gaar wanneer er geen ongebonden melk meer in de pan zit. 
  • Verwijder de vanillestokjes en laat de rijst gedeeltelijk afkoelen. 
  • Maak terwijl de rijst gaart het vlaaideeg.
  • Meng de bloem, het zout en 2 el fijne kristalsuiker in een kom door elkaar met een garde.
  • Voeg de gist toe en roer nog eens goed door met een garde.
  • Voeg 1 dl melk, de olijfolie, de boter en 1 eierdooier toe. 
  • Kneed het mengsel met een mixer met deeghaken tot een glad, soepel en luchtig deeg.
  • Kneed het deeg op een met bloem bestoven werkblad nog even goed door.
  • Vorm van het deeg een bal en doe het deeg terug in de kom, die je lichtjes ingevet hebt met wat olie. 
  • Bedek de kom met huishoudfolie en laat het deeg op een warme plaats rijzen tot het volume is verdubbeld.
  • Verwarm de oven voor op 220°C.
  • Kneed het deeg na het rijzen opnieuw en rol het uit tot een dunne ronde lap. 
  • Bekleed de vorm met het deeg. Rol het overtollige deeg er met de deegroller af. 
  • Prik het deeg hier en daar in met een vork.
  • Splits 3 eieren. 
  • Roer de 3 eierdooiers met 30 g suiker romig en schep dit door de bijna afgekoelde rijstepap. 
  • Klop 2 eiwitten stijf en spatel de helft van het stijfgeklopte eiwit voorzichtig door het rijstmengsel. 
  • Verdeel de helft van het rijstmengsel over de vlaaibodem. 
  • Schep dan het resterende stijfgeklopte eiwit door de overgebleven rijst en verdeel dit ook over de vlaaibodem, bovenop de eerste laag rijstepap. 
  • Bak de vlaai in 25 gaar in het midden van de voorverwarmde oven. De vlaai is gaar als de vulling en het deeg bruin zijn en het deeg loslaat van de vorm. 
  • Haal de vlaai uit de oven en verwijder de rand. Schuif de vlaai vanaf de bodem op een rooster om af te koelen. 
  • Laat de kersen uitlekken en vang het sap op in een kom.
  • Meng in een kommetje het vanillepuddingpoeder met 6 eetlepels van het sap. 
  • Breng de rest van het sap al roerend aan de kook in een steelpan. 
  • Neem de pan van het vuur en voeg het aangemaakte puddingpoeder al roerend aan het sap toe. 
  • Laat dit mengsel onder voortdurend roeren 2 minuten op een laag vuur zachtjes doorkoken, tot het goed is ingedikt. 
  • Haal de pan van het vuur en roer de losgeklopte kersenjam erdoorheen. 
  • Roer er vervolgens de kersen doorheen.
  • Verdeel het kersenmengsel over de afgekoelde vlaai (je hoeft het mengsel niet helemaal tot aan de rand te verspreiden, hier spuit je later namelijk de slagroom op). Laat het kersenmengsel koud worden. 
  • Klop de slagroom met 2 el fijne kristalsuiker stijf.
  • Schep de slagroom in een spuitzak met gekarteld spuitmondje en spuit toefjes slagroom op de vlaai.
  • Rasp wat pure chocolade over de slagroom.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen