zondag 17 maart 2013

Appelvlaai

Appelvlaai
Een goede vriend van mijn moeder vroeg mij een tijdje geleden of ik misschien eens een echte Limburgse appelvlaai kon bakken. 

Natuurlijk was ik heel blij met zijn verzoek, want ik denk dat er niets lekkerder en huiselijker is dan de warme geur van vers appelgebak. En met deze appelvlaai haal je deze gezelligheid zeker in huis. 

Het is een echte klassieke vlaai, gevuld met heerlijke verse appels die op smaak gebracht zijn met wat suiker en een vleugje kaneel. Over deze vulling heb ik een raster van deeg gelegd, want dit geeft het voor mij toch die typische uitstraling van een echte Limburgse vlaai. 

Maar als je dit teveel werk vind kun je natuurlijk ook een dicht deksel maken. 


Gelukkig is het recept voor deze vlaai heel makkelijk; je tovert hem dan ook in een handomdraai op tafel. Het recept komt uit een echte appelgebak-bijbel, namelijk Appeltaart van Janneke Philippi. Bij het doorbladeren van dit boek loopt het water je letterlijk in de mond. 

Tip: Ik heb 75 gram in rum gewelde rozijnen toegevoegd, wat de al heerlijke vulling net even iets extra’s geeft. Was eerst de rozijnen, dep ze droog met wat keukenpapier en doe ze in een kommetje. Breng een paar eetlepels bruine rum aan de kook en giet deze over de rozijnen. Wel de rozijnen ten minste 3 uur, of de hele nacht in de rum. Laat ze voordat je ze door de appels mengt goed uitlekken. 

Ingrediënten
  • 250 g bloem
  • 7 g gedroogde gist
  • 50 g roomboter, op kamertemperatuur
  • 7 eetlepel kristalsuiker + extra
  • 2 eieren
  • 100 ml melk, op kamertemperatuur
  • 1,5 kilo handappels
  • 3 theelepels gemalen kaneel
Extra nodig
Ingevette hoge vlaaivorm van 28 cm doorsnede
Tijd (ongeveer)
20 minuten bereiding, 25-30 minuten oven, 2 uur wachten

  • Strooi een beetje zout in een kom. Zeef de bloem erboven.
  • Maak een kuiltje in het midden van de bloem en strooi er de gist in.
  • Voeg de boter, 1 eetlepel suiker en 1 ei toe.
  • Schenk de melk erbij en kneed met de hand tot een glad, soepel en luchtig deeg.
  • Kneed het deeg op een werkblad nog even goed door.
  • Plakt het deeg op dit moment nog erg aan de handen, voeg dan nog wat bloem toe. 
  • Vorm van het deeg een bal en doe het deeg terug in de kom. Bedek de kom met een vochtige doek en laat het deeg op een warme plaats 1 uur rijzen. 
  • Verwarm de oven voor op 200°C. Maak de vulling voor de vlaai.
  • Schil de appels en snijd ze in schijfjes. 
  • Schep ze om met 6 eetlepels suiker en de kaneel. Zorg ervoor dat de appels allemaal bedekt zijn met de kaneelsuiker. Ik doe de appels vaak in een vergiet met daaronder een bakje, zodat het vrijkomende appel-vocht weg kan lopen. 
  • Kneed het deeg na het rijzen opnieuw en rol tweederde uit tot een dunne ronde lap waarmee de hele vlaaibodem bedekt kan worden. 
  • Bekleed de vorm met het deeg. Het deeg dat over de rand uitsteekt kan je verwijderen door er met de deegroller overheen te rollen.
  • Prik het deeg hier en daar in met een vork en zet het nogmaals op een warme plaats om te rusten. 
  • Verdeel de appels over de deegbodem.
  • Rol de rest van het deeg uit tot een dun dicht deksel of maak een mooi ruitjespatroon. 
  • Bestrijk de rand van de vlaai dun met losgeklopt ei.
  • Leg het deegdeksel erop. Bestrijk het deeg dun met ei en bestrooi het met suiker. 
  • Maak een paar sneetjes in het deegdeksel wanneer je een dicht deksel gemaakt hebt. 
  • Bak de vlaai in de voorverwarmde oven in 25-30 minuten goudbruin en gaar.
  • Schuif de vlaai op een rooster om af te koelen.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen